Als een vader (of moeder) is overleden dan heeft dat een
grote invloed op je bonuskind. Een overledene
wordt sowieso al vaker op een voetstuk gezet, maar ook als je je van een
ouder niet veel herinnert, wil je juist wel weten hoe hij/zij was.
Identiteit
Hoe was de jeugd van de overleden ouder? Wat voor humor
had hij/zij? Waar was mama of papa goed in? Zeker ook willen kinderen weten of men
op de ouders lijkt. Van de levende ouder kan je dat elke dag meemaken, maar van
een overleden ouder is dat een stuk ingewikkelder. Zeker als je de ouder niet
zo lang (of misschien niet) gekend hebt.
Herinneringen
Daarom is het voor kinderen ook belangrijk om contact te
onderhouden met de familie van de overleden ouder. Ook als de andere ouder hier
niet op zit te wachten en de relaties misschien voorbij zijn. Grootouders
kunnen soms door een opmerking (dat je hetzelfde doet als jouw ouder toen die
klein was) heel veel betekenen. Het gesprek voeren over de overledene, niet
zozeer dat je hem of haar mist, maar hoe hij deed, hoe hij was, houdt hem
levend. Dat doet een kind goed. Daarom is oude foto’s kijken ook zo weldadig.
Levend houden
En als iemand wordt doodgezwegen (letterlijk) is hij pas
echt dood. Je ziet dan soms dat pubers extra gaan puberen, dat ze meer moeite
moeten doen om te weten wie ze echt zijn. En de vervelende eigenschappen van de
overledene misschien wel uitvergroten, als een soort loyaliteit aan degene die
er niet meer is. Kinderen doen veel om hun overleden ouder levend te houden.
Machtsstrijd
In samengestelde gezinnen is de nieuwe “vervanger” (de
stief/bonusouder) dan vaak de pineut. Hij/zij kan niets goed doen. Omdat niets
of niemand de overleden ouder ooit zou kunnen en mogen vervangen. Gelukkig is
het vaak alleen maar een fase en kan het daarna weer goed komen, behalve als er
een machtsstrijd ontstaat. Dan wordt het alleen maar erger.