Als kinderen bij hun vader komen vanwege de omgangsregeling
komen ze in principe voor hun vader. Dat stiefmoeder (en evt. haar kinderen) er
ook zijn kan een voordeel of nadeel zijn, maar het blijft een bijkomstigheid.
Behalve wanneer er een kindje is van stiefmoeder en vader, wat dan eigenlijk
een halfzusje of -broertje is. Dan komen ze ook vaak voor het kleintje. Deze
baby kan ervoor zorgen dat er een band tussen stiefmoeder en vaders kinderen
ontstaat, maar uiteindelijk blijft er meestal wel een bepaalde afstand.
Wanneer het minder goed gaat…. Juist
als het allemaal niet zo goed gaat tussen de plusmoeder en het pluskind dan is
de natuurlijke moeder meer aanwezig in het gezin van vader. Niet fysiek
natuurlijk, maar iedereen voelt de aanwezigheid. Soms ook omdat de kinderen dan
contact zoeken met hun moeder. Dan wordt ze door de plusmoeder mogelijk ervaren
als indringer.
Reactie op afwijzing
Vaak voelt de plus/stiefmoeder zich dan nog meer afgewezen, waardoor zij
zich nijdig gaat opstellen. Dit is erg onhandig, want kinderen voelen dat
direct en dan kom je in een vicieuze cirkel terecht. Plusmoeder kan zich beter
realiseren dat het niet zozeer met háár te maken heeft, maar met de rol die ze
heeft. Ze kan niet concurreren (en dat moet ze ook niet doen!) met de moeder.
Op plek EEN
De natuurlijke ouders staan immers altijd op één. Daar kan zelfs de
liefste plus/stiefmoeder niets aan veranderen. En juist als de stiefouder die
positie accepteert en de loyaliteit tussen ouders en kinderen respecteert, dan
is er een mogelijkheid dat de kinderen de plusmoeder ook gaat respecteren.
Kunst Het
is een hele kunst om stief/plusouder te zijn en je altijd maar weer te
realiseren dat jij er weinig toe doet. En juist als je erin slaagt om dat wél
te doen komt dat de relaties ten goede.