
Meestal is voor kinderen de eigen ouder, de eigen moeder EN vader het belangrijkste wat er is. Je hebt tenslotte maar één vader en één moeder. Maar soms kan een stiefouder heel veel toevoegen. Bv. wanneer de eigen ouder uit beeld is (al dan niet tijdelijk). Zo ken ik een gezin waar de bonusmoeder een belangrijkere rol vervult dan de eigen moeder, omdat de eigen moeder niet capabel is om op te voeden.
Deze bonusmoeder heeft gelukkig heel veel oog voor de natuurlijke moeder en stimuleert de kinderen om (bv. bij feestdagen, Moederdag, etc) de eigen moeder niet te vergeten. Dat maakt dat zij iets eerder het gezag krijgt dan de stiefmoeder die bv. vaak negatieve dingen zegt over de natuurlijke moeder. De kinderen gaan hun eigen moeder verdedigen.
Omgekeerd zie je ook dat stiefkinderen die altijd gezeglijk waren tegenover de partner van hun eigen ouder, ineens tijdens de puberteit zich gaan verzetten. De stiefouder, die juist heel veel geïnvesteerd heeft in het kind, kan zich dan bekocht voelen. Waarom is de relatie zo verslechterd? Hij of zij geeft de moed op.
Dit heeft niets met de stiefouderband te maken. Daarom is het belangrijk deze band niet op te geven en te blijven investeren, ook al valt dat niet mee met die dwarse puber. Grenzen blijven belangrijk, dus het is wel goed om duidelijk te maken wat wél en niét kan.
Een puber moet zich echter losmaken van ouders en opvoeders en dus ook van de stiefouder. Als de stiefouder al vaak ruzie had met het kind zal het toenemen, maar ook als de band goed is kunnen er conflicten ontstaan, die door de stief/bonusouder worden gezien als vervelend en ondankbaar. Hoe begrijpelijk ook, het is belangrijk de moed niet op te geven. Vaak is zo’n kind al eerder teleurgesteld in volwassenen en daarom is het belangrijk te blijven investeren, ook al gedraagt het kind zich nóg zo dwars en vervelend. Vaak wordt je als bonusouder later dubbel en dwars beloond voor het feit dat je ze niet liet vallen toen het moeilijk ging.






