Soms is een diagnose (bv. ADHD, autisme, dyslexie, etc.) belangrijk,
bv. om te leren hoe je omgeving, maar ook jijzelf met bepaalde problemen om
kunt gaan. Een label maakt in grote lijnen duidelijk waar je rekening mee moet
houden. Het kan verklaren dat iemand chaotisch gedrag vertoont en dat hij zich moeilijk kan concentreren
(ADHD). Iemand die last heeft van autisme kun je beter niet aan teveel prikkels
blootstellen. Iemand met dyslexie heeft veel meer tijd nodig om een stukje te
lezen. Een diagnose kan dus handig zijn.
Tolerantie
Vroeger deed men nauwelijks aan diagnoses, en daarmee zijn veel mensen
niet voldoende erkend in hun “specialiteit”. Ze werden vaak over één kam geschoren:
een beetje vreemd. Aan de andere kant zaten er ook voordelen aan. Met bepaalde
diagnoses was het soms lastiger aan werk te komen. (Werkgevers willen geen “vreemde/lastige”
medewerkers…)
Afwijking of specialiteit?
Vroeger werd het vooral gezien als een “afwijking” van de norm en
daarmee werd het vooral negatief bezien. Nu bekijkt men gelukkig ook de
voordelen ervan. Maar de ene ADHD-er is niet de andere, en bovendien zijn er
gradaties. In welke mate is men autistisch of heeft men ADHD? Kortom: wat voegt
een diagnose eigenlijk toe? Voegt een diagnose altijd wat toe? We hebben
allemaal wel wàt toch?
Nadelen van diagnoses
Jim van Os (psychiater) voegde nog een ander belangrijk nadeel van
diagnoses toe: een diagnose betekent dat er “iets met je aan de hand is” wat
behandeld zou moeten worden. Er moet iets “hersteld” worden. Dat zou ertoe
kunnen leiden dat men zichzelf gaat zien als “probleemgeval”, als iemand die
van zichzelf “niet goed” is.
Diagnose of scheldwoord?
En vaak worden moeilijke mensen gediagnosticeerd als “narcist” of
“psychopaat” door iemand die daartoe niet bevoegd is, waardoor het eerder een
scheldwoord wordt. En zelfs een narcist of psychopaat is meer dan dat etiket
alleen.