
Dat zeggen de partners in een samengesteld gezin vaak als ze gehoord hebben hoe ik het zou aanpakken. Maar dat klopt niet. Je weet immers niet wat je niet weet, wat je niet kúnt weten. Mensen bereiden zich voor op het samenwonen met kinderen van een ander, maar het zijn niet de kinderen van jullie samen. Misschien hebben jullie allebei eigen kinderen, maar die zijn dan van een andere partner. Dat maakt nogal verschil.
Ouderschap en opvoeden lijkt misschien niet zo ingewikkeld, maar als je een kind van een ander in huis hebt, kan dat veel van je vragen. Je bent misschien gesteld op je vrijheid, je bent misschien gewend gewoon de deur achter je dicht te trekken en weg te gaan, maar als er nog een kind in huis is, kan dat niet zo maar.
Ook als je best om zo’n kind geeft, is het toch vervelend dat je thuis moet blijven als het kind ziek is, ook al heb je je nog zo verheugd op dat avondje samen uit. En natuurlijk, dat avondje komt wel een andere keer. Voor de ouder in kwestie is het volkomen logisch dat hij thuisblijft, voor de partner is het een opoffering.
Later, als er een kindje bijkomt wat wél van beide nieuwe partners is, voelt men wel allebei de behoefte om op de eerste plaats voor het kind te gaan. Het is dan geen opoffering (voor geen van beiden) om dat avondje te laten schieten. Maar dan gaan er weer andere dingen spelen. Je bent bang dat jullie kindje het gedrag van de stiefbroertjes overneemt. Of dat het stiefzusje niet lief zal zijn.
Maar wanneer heb je nu je “eigen gezinnetje”? De kinderen van je partner reken jij misschien niet tot jouw gezin, terwijl ze er voor jouw partner helemaal bijhoren. Het ene lijkt makkelijker dan het andere, maar bij ieder samengesteld gezin zijn er weer andere problemen en uitdagingen, die je je tevoren nooit had kunnen voorstellen. Je kunt je er nooit goed genoeg op voorbereiden. Het is dus niet stom om fouten te maken, maar het is pas stom als je geen hulp en advies vraagt.
